Sunday, December 30, 2007

Van de hardrenner of wielloper

Ik deed de schuurdeur open en daar hing hij. Licht in kleur, licht in gewicht. Toen ik hem van de haak tilde voelde het als vanouds. De vorm is lang vergaan, maar de herinnering vervliegt veel en veel trager. De kleinste prikkel - je vinger langs het lint, een goed aangesneden bochtje - is genoeg om de stof van de beelden te blazen. De fiets, deze week heb ik de fiets, mijn fiets, weer ontdekt. Uit nood geboren, volledig buiten het seizoen, maar dat maakt hem niets uit, de trouwe machiene. Na jaren als eenzame hardloper de kilometers onder de zolen door te hebben laten rollen, in voorbereiding op een halve marathon hier, of een hele daar, vond ik het tijd om nog een extra stap te zetten. In oktober bracht ik in Eindhoven mijn beste tijd op de marathon naar 2:39:18, als recreant tussen de wedstrijdatleten. Dik tevreden natuurlijk! Maar er zit meer in. Ik wil naar sub-2:30 - en het liefst gelijk ook maar naar Londen in 2012 - maar de rek aan wat ik alleen kan doen lijkt er een beetje uit. Sinds een maand ben ik daarom toegetreden tot het atleten gilde, met een echte KNAU-westrijdlicentie. Als jongetje van 8 - het was de tijd van superatleet Carl Lewis - wilde ik al op atletiek. Beetje verspringen en zo, leek me geweldig, maar 't is er nooit van gekomen. Tot een week of 7 geleden dus. Begin november meldde ik me daarom bij de midden- en lange-afstandsgroep van Leiden Atletiek, die wordt getraind door Bram Wassenaar. Bram is coach van Kamiel Maase, dus waar kan je met je ambities op de marathon beter terecht? In de eerste trainingen deed ik gelijk lekker mee met de jongens. Duurloopje, loopscholing met coordinatie- en krachtoefeningetjes en een programma met tempo-intervallen op de atletiekbaan. Lekker, leuk ook. Maar na nog geen vier weken was het raak. Pijntje in de achilles na een baantraining op woensdagavond. 't Zal wel weggaan, dacht ik, weekje doorgetraind, maar beter werd het niet. En nu staan mijn mooie loopschoenen me al twee weken in de gang aan te kijken als een hond die te lang niet is uitgelaten, afgesneden van het maatschappijtje voor ik de kans heb gekregen te integreren (de beste manier daarvoor is gewoon een topklassering in een aansprekende wedstrijd), en doe ik dagelijks de oefeningetje die de fysiotherapeut me heeft opgedragen. En fietsen dus, sinds een halve week. Elke looploze dag heeft de spanning zich verder opgebouwd, zich manifesterend in lamlendig liggend alle jaaroverzichten langs te zappen. Maar sinds ik de bandjes heb opgepompt is de druk weer van het ventiel. Ik kom op plaatsen waar ik lang niet meer ben geweest, en zie wat er allemaal afgebroken en bijgebouwd is. De inspanning en de wind doen het slijm in mijn verkouden keel lekker loskomen. Als de aanvoer mijn neusholten weer gevuld hebben draai ik mijn gezicht van de wind af, haal diep adem, en blaas krachtig door mijn neus om de dode bacteriebrei aan de luchtstroom mee te geven. (Ik heb eerst even omgekeken natuurlijk. Hoe vaak heb ik niet zelf vergast op een sproeinevel van een fietscollega.) Op de fiets kan dit veel beter dan onder het lopen. Een opluchting als na een lange zoektocht het toilet gevonden te hebben is het resultaat. Meestal druk ik voor het uitblazen een neusgat met mijn vinger dicht, om een grotere stuwkracht te ontwikkelen en er zeker van te zijn dat de groene klodder niet op mijn schouder of rug landt. Maar als ik nog even door blijf fietsen zal mijn longkracht voldoende zijn om in een keer beide neusholtes tegelijk te ledigen in de berm, zonder mijn handen van het stuur te moeten halen. (Zouden er eigenlijk geen wedstrijden in bestaan?) Voorlopig fiets ik, nog twee dagen, want dan is het kerst- en nieuwjaarsreces voorbij en wacht weer het forenzenritme. En wellicht heeft de achillespees zich weer herpakt, zelfs sterker geworden, en maken de rubber bandjes weer plaats voor de rubberen zolen, de zadelpijn (dat wel) voor de schurende dijen en het zeemleer voor een onderbroek, en kan ik weer lopen, weer atleet zijn, of worden in Schoorl of Rotterdam. Maar dan een atleet met meer power in de pootjes en lucht in de longen, dankzij de zeewind en de fiets.

Tuesday, May 08, 2007

Erasmuslezing: “Lof der Duurzaamheid”

Gistermiddag bezocht ik de Erasmuslezing, jaarlijks georganiseerd door de Nederlandse afdeling van de Club van Rome (www.clubofrome.nl). Mijn baas Wouter van Dieren had de eer in 1993 al eens; dit jaar spreekt de kersverse minister van Milieu, Jacqueline Cramer. De titel: Lof der Duurzaamheid. Traditioneel vindt de lezing plaats in het gebouw van de Raad van State in Den Haag, het Witte Paleis. De balzaal van het Paleis aan de Kneuterdijk zit vol met mensen uit de duurzaamheidskring. Enkele studenten, maar veel grijs, daarmee is het gezelschap zijn tijd enigszins vooruit als afspiegeling van de samenleving. Duurzaamheidskring, ik moet denken aan de lezing van Marjolijn Februari die ik zondag bijwoonde waarin zij haar boek 'De literaire kring' besprak. Haar kritiek: maatschappijkritische literatuur wordt instemmend besproken in literaire kringen bij een kopje koffie, maar daar blijft het dan bij. Een roman over de gruweldaden van Franco? Prachtig, en ja, heel erg wat er gebeurd is, iemand een koekje erbij? Kan de duurzaamheidskring zich dit ook aantrekken? Deels wel, denk ik, maar misschien zijn er velen in dit gezelschap die al veel hebben betekend, want de meesten ken ik niet. Ik hoor de galm van het Britse upperclass accent van de wanhopige Robert Swan boven de ruimte: "Dó something!" Ik schrik 's nachts wel eens wakker uit een droom waarin ik me in een lege ruimte bevind, terwijl van buiten de oorverdovende kakofonie van uitvinders, politici, ondernemers, NGO's en consumenten door de muren dringt. Want hóe? Wat moet ík doen als professional? De tijd voor de minister haar lezing begint gebruikt de heer Evert H. du Marchie van Voorthuysen, mister concentrated solar power (CPS), om iedereen weer persoonlijk zijn verontwaardiging over het gebrek aan aandacht voor deze technologie – deze keer n.a.v. het laatste IPCC rapport - over te brengen. De mensen weten het nu wel. Men neemt het stenciltje van zijn stichting zuchtend in ontvangst in de hoop dat hij zijn bekende verhaal spaart voor de buurman. De volhoudendheid van ‘de markies’ is bewonderenswaardig, maar schiet hij zijn doel voorbij? Dan komt de minister, duurzaamheidskoninging in dit gebouw in de stijl van de zonnekoning Lodewijk XIV. Haar haar doet denken aan prachtige vlammen van een zilveren zon. Duurzaamheid is een complexe zaak. De minister begint met het voorlezen van de lange versie van de Brundtland-definitie van duurzame ontwikkeling, die geen mens kan onthouden. Daarmee maakt ze duidelijk dat het niet alleen om milieu gaat, maar om ‘verandering’ waarbij exploitatie van hulpbronnen, allocatie van investeringen, de richting van technologische ontwikkeling en verandering van instituties in harmonie zijn en het huidige en toekomstige vermogen verbeteren om in menselijke behoeften en aspiraties te voorzien. People, planet en profit, allemaal in harmonie, dat is het streven van het kabinet. In deze lezing richt Cramer zich op ‘planet’, want dat is haar beleidsterrein. In een klein uur leidt minister Cramer de zaal met veel bevlogenheid door de speerpunten van haar beleid voor de komende vier jaar. Ze bedient zelf de computer als ze naar de volgende sheet wil. Het doet wat onministerieel aan, ik denk door het beeld van Wim Kok dat ik nog steeds in mijn hoofd bewaar die zich geen raad wist met de muis van een computer. De minister spreekt over vermindering van uitstoot van CO2, duurzaam inkopen door de overheid, de gesloten kringloopeconomie volgens het cradle-to-cradle principe van Braungart en McDonough, over inspanningen voor internationale klimaat- en biodiversiteitsverdragen en hoe duurzaamheid in alle 6 pijlers van het coalitieakkoord leidend is. Niet veel nieuws, maar de bevlogenheid waarmee de minister spreekt is aanstekelijk. Deze minister heeft hart voor de zaak. Ze heeft een lange achtergrond als voorvechtster van het milieu. Ik hoop dat zij zich kranig weert op het politieke speelveld. In elk geval heeft ze de wind mee nu Al Gore en het IPCC het klimaat prominent op de kaart hebben gezet. Na afloop van haar verhaal beantwoordt ze de vragen uit de zaal bekwaam, ook die van ‘de markies’ waarom CSP geen volwaardige plek krijgt in het energietransitieprogramma. Voor Nederland, zegt ze, is het geen toepassing, maar wel voor landen in Noord-Afrika. De minister verwijst naar haar collega Bert Koenders van ontwikkelingssamenwerking, die gaat daarover. Maar grootschalig? Jan Paul van Soest vroeg zich in een column in Stromen in april 2006 (terug te lezen op zijn website: http://www.jpvs.nl/nederlands/site.htm) al af of er wel genoeg afnemers zijn in de woestijn, en tranporteren naar Europa levert een hoop verlies en zorgt voor een flinke stijging van de kostprijs. Voor Nederland is het alleen potentieel interessant als exporttechnologie, als heeft Nederland geen vooraanstaande positie op dit gebied. Dat is ook de conclusie van het advies van de AER van maart 2006. Een 'burger uit Amsterdam' vraagt zich af wat hij zélf kan doen aan zijn milieubelasting. Hij en zijn vrienden willen wel, maar weten helemaal niet hoe. Ja, je moet inderdaad zelf op zoek naar de informatie, maar die is zeker te vinden. De minister verwijst naar de HIER-campagne van de NGO's (www.hier.nu), maar er is ook MilieuCentraal heeft heel veel praktische tips op www.milieucentraal.nl. Voor ze zich naar Brussel spoedt om haar Europese lobby te beginnen opent minister Cramer met een druk op de knop het nieuwe discussieforum van de jongerendenktank (TT30) van de Club of Rome, waarop zij de discussie aangaat met jongeren over duurzame ontwikkeling. Het forum biedt een onafhankelijk platform voor discussie over de duurzaamheidproblematiek. Zie: www.clubofrome.nl > discussieforum.

Wednesday, April 11, 2007

Compensation sweat

A few weeks ago I wrote about the lack of drive to go running,
remember? Times are changing. Thanks to the nice weather lately and
an invitation from some former solar car team mates to come along and
circumcycle the 'Haarlemmermeer Ringvaart' I back into movement. We
did the 120 km tour twice already. Quite a long distance after not
having touched the bike for more than half a year. I liked it,
though; the lightness of riding my racing bike compared to my utility
bike surprises me every season (should I worry about my memory?). The
second time was much better, musclewise; my bottom needs more time to
adjust though. With a pair of new shoes I took up running again,
too, nicely in time for the Schuttevaer I think.

I think physical exercise for me is a kind of compensation as well.
When performance is lagging in other areas, I feel the need to at
least do something I can feel good about. What's easier than going
running when you have trouble to maintain progress in a project at
work, or when you don't feel like comparing health insurance offers?

Wednesday, March 28, 2007

Ecologically sound skiing?

Yesterday I told you about the ecological concerns I have about going
skiing. Can I enjoy skiing without feeling bad about it? That may be
complicated, but there are ways to reduce the environmental impact of
a holiday in the snow.

In the edition of February 2007 of the magazine of
'Milieudefensie' (Dutch affiliate of Friends of the Earth), Jan
Knaapen wrote a nice piece about it:
http://www.milieudefensie.nl/publicaties/magazine/2007/januari/

wintersport

On wintersporters.nl there's a piece about using satellite technology
(still draws my attention as an aerospace engineer) to manage the
ecology in skiing areas:
http://www.wintersporters.nl/nieuws/bericht/112

Tuesday, March 27, 2007

Ski

Went skiing last week with my former Delft roommates Rombout and Aiko. Warned by the warm start of the winter we had chosen a ski resort at higher altitude than the one we had visited the previous three years. La Plagne appeared to be a good choice. And we were lucky with the weather too, as the week 'enjoyed' winterly weather with cold temperatures and regular snowfall. Nevertheless, the sun managed to tan my face through the rare  holes in the cloud cover. I had a great week.

I love skiing. Can I say that as a professional sustainability consultant? The speed-thrill, the elegance of the technique, day-long activity, the fresh air and mountain scenery all make skiing one of the best things to do. On the other hand, skiing areas are raping the mountains. From the 'telesiege' you can see ski-lifts and pistes everywhere. You can go up and down rugged terrain in a few hours that would normally require several days to cross on foot. And where has the wildlife gone? Does it hide during the days in the isolated pieces of forest surrounded by clear-cut slopes called pistes, or has it gone hibernating, heads under pillows, to wait until spring puts an end to the season? And those skiresorts in the French mountains. Giant appartment blocks built around après-ski bars and shopping malls dominate the scenery; city life lifted onto the mountain. Everything being consumed here must have been transported up the 20 km long mountain road in smokey trucks.

I have ambiguous feelings about skiing. Shall I try tour skiing nex time?

Tuesday, March 13, 2007

"No sports"

Sinds ik terug ben van de reis naar Antarctica heb ik nog niet een keer hardgelopen. Sterker nog, sinds de jaarwisseling heb ik nauwelijks meer m'n loopschoenen aangehad. En gek genoeg voel ik ook niet zo de behoefte. Ik zie eigenlijk niet zo waarom ik zou gaan hardlopen. Als ik eraan denk zie ik me al stampen, 's avonds laat met hongerige maag, of 's morgens met de slaap nog in mijn hoofd en in mijn gewrichten. En wat heb ik eraan? Ik heb op dit moment geen sportief doel. Ik ben gezond, hoef niet af te vallen. En ik weet ook niet hoe het is om niets te doen, want ik heb altijd gesport. Hoe zou het me langere tijd zonder vergaan? Het verbaast me ook dat ik zo'n negatief gevoel krijg bij de gedachte aan hardlopen. Ik heb er altijd plezier aan beleefd. Het gaf me een lekker gevoel. En dat weet ik. Waarom komt dat niet terug bij de gedachte aan een rondje door het bos?

Monday, March 12, 2007

Dutch Robert Swan

"I'm 29 years old." Odd to say, have to get used to it. It's like getting used to writing "2007" instead of "2006" after New Year's Eve. It was my birthday last Saturday. A beautiful sunny day, which I spent mostly on baking muffins and pie to share at the office today. In the evening I visited the cabaret show by the group NUHR in Delft with some of my former house mates. It was an intriguing show. The climate change debate appeared to have reached the theatres. It's all around now, the momentum is unprecedented. The recent swift agreements on CO2 mitigation goals in the European council raise my hope the momentum is fixed in conditions for the market. On Sunday, after another round of muffin baking, me and Merijn visited an event in 'De Balie' in Amsterdam (http://www.debalie.nl/agenda.jsp?yearmonth=2007-3&kalenderdag=1173567600). It was about climate change and the International Polar Year. Interesting speakers, like Marc Cornelissen, a Dutch version of Robert Swan. He walked to both poles too, and now commits to educate ambassadors for the climate change issue. Somehow the meeting didn't quite catch me. I wonder why. Maybe, because it was just incrowd tales and no debate. Because of the beautiful weather the audience was small, although the event was streamed on the internet.

Friday, March 09, 2007

Antarctica - we zijn terug!

Maandag ben ik teruggekeerd van de reis naar Antarctica. Het was een vermoeiende weg terug door vertragingen en slechte, korte nachten. Ik heb nog steeds moeite 's morgens wakker te worden. Maar de reis was onvergetelijk. Wat een aparte wereld daar beneden! Op de website van IMSA (www.imsa.nl) hebben mijn collega Antoaneta Popova en ik onze ervaringen beschreven. Voor de lezers van mijn persoonlijke weblog heb ik hieronder de tekst ingevoegd, maar wellicht wil je het verhaal op de IMSA-website lezen, want daar staan ook enkele foto's bij!...En morgen ben ik jarig... foto: George Kazantzopoulos 05 maart 2007, Den Haag Hier zit ik dan weer, gewoon, thuis. Maar nu ben ik een van de naar verluidt 200.000 mensen die ooit voet hebben gezet op Antarctica! Een raar besef. Met een bruine boterham met kaas in mijn hand kijk ik naar de inhoud van mijn reistas uitgespreid op de vloer in mijn woonkamer. Een vreemd gezicht, al die functionele kleding opeens weer functieloos. Sinds het laatste bericht van 65° ZB / 63° WL heeft het vijf dagen geduurd om terug te reizen naar 52° NB / 4° OL. Na bijna drie dagen op de meest beruchte wateren ter wereld, uren van vertraging en overboekingen, twee uurtjes slaap in Buenos Aires en een kokosnoot met een rietje in tropisch Sao Paulo slapen Antoaneta en ik vannacht weer in ons eigen bed, dat niet schommelt, vaart of vliegt. Op woensdag 28 februari verliet de expeditie Antarctica. Uitgezwaaid door bultrugwalvissen, toch nog. Eerst een stoomwolk in de verte, een staartvin, maar opeens zag ik ze overal. Aan stuurboord en bakboord, ver weg, maar ook onder de boeg van het schip. Moeder en kalf deden zich tegoed aan het krill. Ze kromden hun ruggen en zwiepten hun staart boven water uit voor ze onder doken. Traag bewogen ze hun 35 ton gracieus door de zee. Af en toen staken ze hun kop boven het water uit en keken met een schuin oog naar ons, publiek op de boeg van het schip. Is het onderdeel van het programma? Want het is alsof ze nog even willen benadrukken dat de verantwoordelijkheid voor de bescherming van hun habitat op onze schouders rust. Ik vond het een intens moment. Uren zou ik naar deze dieren kunnen kijken. Ondanks hun formaat zou je bijna vergeten dat ze echt bestaan, de enige dierenfamilie die in geen dierentuin te zien is. Velen hadden zich al gewapend tegen zeeziekte met pleisters, armbandjes en pillen om tijdens de terugtocht over de Straat van Drake bacon en ei binnen te kunnen houden, maar de oversteek begon rustig. Toch moesten enkelen verstek laten gaan op het piratenfeest. Ook Antoaneta voelde zich niet lekker en ontkwam aan de verplichting zich tot piraat of papegaai te transformeren. Zelf had ik besloten af te zien van enig medicijn. Op de heenreis had ik nergens last van. Ik heb een aversie tegen pillen, maar de tip om een biertje drinken nam ik graag ter harte. Voor de zekerheid nam ik er nog eentje. Het is lastig dansen als de vloer dertig graden uit het lood kantelt in een ritme dat niet overeenkomt met dat van de muziek. Ik hield me vast aan de bank terwijl een Hong Kong-Chinees soepeltjes onder een stok door limbodanste. Deze keer kampten minder mensen met zeeziekte. Toch waren de twee dagen op de Straat van Drake er twee van lamlendigheid, door de bijwerkingen van de medicijnen en het eeuwig gekantel van de boot. Ik liep nutteloze rondjes over het schip en genoot aan dek van de oceaan. De luchten waren zelden eentonig; donkergrijze buien, witte schapenwolkjes en zon wisselden elkaar voortdurend af. De prachtige vlucht van de albatrossen vlak over de golven in het zog van het schip verveelt nooit. De Straat van Drake is misschien wel de grootste belemmering voor een bezoek aan Antarctica, maar ik vond het ook een hoogtepunt. Deze oversteek laat je voelen hoe ver en afgelegen het continent is. Het is als de slotgracht om een andere wereld. Op vrijdag 2 maart om 15.30 uur: land in zicht! Vage contouren van de kleine teen van het Andesgebergte. De beschutting van de Beaglestraat was een opluchting voor velen. Ik was het geschommel ook zat. Kyle liet zien waarom hij al die tijd zijn filmcamera rondsjouwde: zijn portret van de expeditie is een fantastisch document. Fotograaf John Luck deed de reis nog een keer herleven met een selectie van zijn foto’s. Na wat aarzeling spraken alle teamleden een voor een in dertig seconden uit waaraan zij zich gaan committeren na thuiskomst. “En Mark is de eerste”, zei Robert Swan. Mijn werk bij IMSA is al op milieubehoud gericht, die toewijding is er, maar in een persoonlijk gesprek met Robert de avond ervoor waren we tot de conclusie gekomen dat dat werk effectiever kan, en dat had met spreken te maken. Nou, daar ging ie dan. Na mij volgde de rest. Het gaf me energie om te horen hoe bijna allen zich wilden committeren aan het voorkomen van klimaatverandering. Volgens Swan was dat op eerdere expedities nog niet voorgekomen. Een deelnemer zweerde 'nooit meer terug te keren naar Antarctica'. Je moet er niet meer dan één keer naar toe. Laat het daarna gewoon met rust. Maar vertel erover, verklaar het belang van Antarctica. Ik kon al voelen dat de expeditie een impliciet verbond heeft gesmeed tussen de deelnemers. Een verbond dat de belofte inhoudt verantwoordelijkheid te nemen voor de bescherming van Antarctica en onze planeet. Swan heeft voor het verantwoordelijkheidsgevoel gezorgd, de bijdrage van IMSA is belangrijk geweest voor de inhoud ervan. De Inspire Antarctic Expedition #5 zit erop. Na de warming-up en peptalk zijn de 67 deelnemers uit 16 landen nu weer terug op het veld om de strijd aan te gaan. Team Inspire, team inspire, team inspire! De wedstrijd is allang begonnen. Mark 27 februari 2007, Dorianbaai Lieve mensen, we leven nog. We zijn niet ingevroren. Een beetje koud was het wel, maar het mocht geen naam hebben. Antoaneta genoot de persoonlijke zorg van Robert Swan en kreeg zijn donsen jack voor de nacht. Met alle Patagonia-fleeces erbij kon er niets meer fout gaan. Het kamp van gele tentjes was in de schemering opgeslagen op gletsjerijs enkele tientallen meters van de afgrond naar zee. Het lag er schitterend bij op de maagdelijk witte grond. Geleidelijk gingen sirtaki, wodka en dansende hoofdlampjes over in de nacht. Toen ik met stijve rug m'n tent uitkroop vanmorgen vond ik het kamp licht besneeuwd, net echt. Binnen een uur waren alle sporen uitgewist. Over een glijbaan van uitwerpselen van onze halfwakkere vogelvrienden gleden we terug naar de rubberboten. Je bent geen Rus als je niet in ijswater zwemt. Wie wil er geen stoere Rus zijn? En ja, het is toch iets wat je gedaan wil hebben. Daarom dook ik om zeven uur vanmorgen voorover in de ijszee. Ik zag Igor een rondje zwemmen, maar hij is een Rus. Ik wist niet hoe snel ik bij mijn handdoekje moest komen. De kou greep mijn onderbenen in een beangstigende beknelling, maar mijn lijf voelde fantastisch, koud en warm tegelijk. Iedereen hield zijn hart vast toen ook een broodmager Chineesje de verleiding van de ijsduik niet kon weerstaan. Iedereen heeft al zijn lichaamdelen nog. Hoe vreemd is het als je dik ingepakt op het dek naar dikbegletsjerde rotsen kijkt terwijl het schip ijsblokken opzij dwingt, en je opeens een compleet lam op een barbecue ziet liggen achter op het schip? Waarom niet, het is tenslotte zomer hier. Het water loopt me in de mond als door de veranderlijke wind een vlaag van het aroma mijn neus prikkelt. Met stukken varen op het schip en landingen met rubberboten overdag krijgen we een steeds betere indruk van het Antarctisch schiereiland. Vanavond keren we nog een keer terug naar de Dorianbaai. Tussendoor werken we in werkgroepen aan eindpresentaties over de toekomst van de E-base, over leiderschap voor duurzame ontwikkeling, over milieu en meer. Binnen 48 uur varen we weer noordwaarts op de Straat van Drake, zonder pinguïn, want die zijn het mooist in Antarctica, tussen sneeuw en ijs en elkaar. Mark 26 februari 2007, Dorianbaai Antoaneta's presentatie over klimaatstrategieën voor organisaties is met veel belangstelling gevolgd. Er is zelfs vraag om ook in de organisatie van enkele teamleden te komen presenteren. Want ja, wat moeten we nu als we terug zijn? Uit meerdere gesprekken met teamleden blijkt dat velen met die vraag lopen. En wat kan ik als persoon doen? Daar gaan we later deze week tips voor geven. De hele nacht gevaren. We zijn nu een stuk zuidelijker langs de westkust van het Schiereiland. Grijze luchten, weinig wind en af en toe kleine sneeuwvlokjes. In de middag bezochten we twee pinguinkolonies. Ik zou wel zo'n ezelspinguïn mee willen nemen, voor Merijn. Ze is niet zo van de huisdieren, maar wie smelt niet voor een pinguin? Ze zouden het ook goed doen in het Vondelpark, tussen de papegaaitjes. Deze heeft een mooi formaatje; hij past als handbagage in de 'overhead luggage compartment' en is groot genoeg om te knuffelen. Je hoeft 'm ook niet uit te laten, hij waggelt zelf wel een beetje door het huis, of gaat een stukje zwemmen in het bad. Het lastigst zal het zijn om hem zindelijk te maken. Met veel geduld heb ik een aantal malen geprobeerd avances te maken naar een mooi exemplaar, maar zonder succes. Fluiten, zwaaien, het kon de vogels niet bekoren. Even kwam er eentje heel dichtbij kijken, maar waggelde al snel weer verveeld naar zijn vriendjes. Ik had meer succes bij de bruine meeuwen. Toen ik over de rotsen terug liep naar de landingsplek van de zodiacs scheerde volledig onverwacht een grote vogel rakelings langs mijn hoofd. Ik zag hem omkeren en met gesperde bek weer op me af komen. Net op tijd kon ik wegduiken. Ik rende over de stenen herhaaldelijk bukkend om aanvallen te ontwijken. Weer op veilig terrein voelde ik m'n benen trillen. Veel teamleden hebben genoten van de voorstelling. Er zijn foto's van. Nu worstel ik weer met zenuwen. Zal ik superwarme schoenen lenen, of doe ik het met mijn eigen? Vanavond kamperen we op ijs; een 'Shackleton ervaring'. In een briefing zijn we goed bang gemaakt voor de kou. Schoenen doe je het best in je slaapzak 's nachts. Op de paklijst staat dat ik thermisch ondergoed, fleece en gore-tex laag mee moet nemen en 'verder alle ander warme kleren die ik heb'. Hoe ik dat in een rugzakje krijg, weet ik nog niet. Wie moet plassen moet in een emmer mikken achter een te bouwen ijsmuurtje. Als u morgen niets van mij leest, weet dan dat ik van u gehouden heb en wees gerust, mijn lichaam ligt goed geconserveerd in een gletsjer bij de Dorianbaai. Mark foto: Katherine Symonds 25 februari 2007 'Opstaan! Kom naar buiten!' Hard gebonk op de deur in alle vroegte. Overhaast aangekleed ontmoet ik op het dek slaperige gezichten van teamgenoten. Robert Swan begroet me: 'Welkom, Mark!' zegt hij, 'Je hebt dit op foto´s gezien en erover gelezen, maar nu zie je het zelf.' Hij wijst naar stuurboord. We varen vlak langs een enorme ijsberg, een tafelberg, met een vlakke bovenkant, wat duidt op afgebroken plaatijs. 'Dit zijn stukken van de Larsen-B-ijsplaat, die in 2002 door klimaatverandering uiteenviel.' De blauwe kleuren zijn geweldig. De ijsmuur torent wel dertig meter boven het ijskoude water uit. Hoeveel moet er dan niet onder het oppervlak zitten? Rondom ons drijven er nog veel meer. Het overweldigende stilleven is een fantastisch welkom in Antarctica, maar laat tegelijk zien hoe enorm de ijsplaat geweest moet zijn voor hij versplinterde. Even schrikken we op van een enorm gedonder. Een groot brok ijs stort van de ijsberg de zee in, ons schip schommelt op de golven. Robert heeft goed door dat de reis langzaam een vakantiesfeer krijgt, maar de ijsbergen laten zien dat er iets moet veranderen. Daarvoor zijn we hier, we moeten hierna aan het werk thuis! IMSA mag het team vanavond de weg wijzen met een presentatie over wat bedrijven kunnen ondernemen. Antoaneta en ik gaan snel aan het werk om de slides met opties op de aanwezigen toe te spitsen, blij dat deze gelegenheid juist nu komt. De boot is afgemeerd in rustig donker water met kleine ijsblokken als schiftende melk in koffie, vlak voor de kust van het Tamarin schiereiland waar de berg Brown Bluff de baai bewaakt. De zodiacs brengen ons in de middag aan land. Midden tussen ezels- en adeliepinguïns zet ik voor het eerst voet op het vaste land van Antarctica. De pinguïns stinken, maar ze zijn fantastisch om naar te kijken. Klungels op het land, maar de witte lijfjes kan ik als bliksemschichten door het kraakheldere water zien schieten. Op onze wandeling naar het uitzichtspunt moeten we zigzaggend tussen pinguïns en pelsrobben door. Af en toe schrik ik op van een grommend geluid van heel dichtbij. De donkerbruine robben zijn nauwelijks van de stenen op het strand te onderscheiden. Koude wind valt van de gletsjer. Mark 24 februari 2007, Bellingshausen, King George Island We zijn er! Vandaag hebben we voet aan land gezet op het zevende continent. Gisteravond gingen we al voor anker in de baai van de Russische basis Bellingshausen. In het holst van de nacht is de helft van het team al aan land gegaan om voorbereidingen te treffen voor de dag van vandaag: de opening van de E-base en een voettocht naar de top van de nabijgelegen gletsjer. Het was een beetje beangstigend om de mensen helemaal ingepakt in regen en wind op kleine rubberbootjes het aardedonker in te zien verdwijnen. Toeziend op het dek blies de wind de kou tot op mijn botten. Zouden we ze ooit terugzien? Een beetje buitengesloten voelde ik me wel. Wat een mooi avontuur om op een gletsjer je kamp op te slaan! Toch was ik ook blij met mijn warme bunkerbedje. De baai delen de Russen met de Chilenen. De bases zijn niet veel meer dan een stel prefabketen in de modder. Wie zijn die lui die zich hier laten afzetten voor een jaar afzondering in de kou, in naam van de wetenschap? Zenovi is een van hen, een magere Rus met een snor, de held achter het verwijderen van honderden tonnen schroot van het strand van de basis samen met Robert Swan. Zenovi nam de zeven Russen in het team en ons mee voor lunch in de Russische basis. De eetzaal was als een huiskamer, op TV een kookprogramma van Rusland 1. Onze teamgenoten voelden zich zichtbaar thuis, maar ik verstond geen woord. Twaalf mensen zullen overwinteren op Bellingshausen, waarvan twee geestelijken. Dus gelukkig geen gebrek aan spirituele bijstand in donkere dagen zonder vrouwen. Voor het eten heeft Zenovi ons kennis laten maken met vier soorten zeehonden en twee soorten pinguïns. Aandoenlijk hoe die laatste over het land waggelen zonder zich veel van onze aanwezigheid aan te trekken. Het is fijn te merken dat de beesten in groten getale aanwezig zijn en niet schuw. Omdat zij nog niet weten wat wij ze kunnen aandoen? Goed te weten dat er nog zo´n plek is. Mark 22 februari 2007 - 22 februari 2007, de Straat van Drake Agenda 22 februari: 9.00 – Ontbijt 10.00-13.00 – Rusten 13.00 – Lunch 14.00-19.00 – Rusten 19.00 – Diner Daarna: Rusten Toen we dit gisteravond zagen, dachten we: was het niet de bedoeling dat we een druk schema zouden hebben? Toen ik vanmorgen wakker werd, leek zelfs deze agenda me veel en veel te druk. Robert Swan zei dat vorig jaar vier mensen het ontbijt hebben gehaald. Vandaag waren er meer dan twintig. De eetzaal bereiken was alsof ik de Everest moest beklimmen. Later vielen er mensen van hun stoelen en vlogen er afvalbakken door de gang. Je kunt maar een ding doen terwijl je de Straat van Drake oversteekt: slapen. 'Een gladdere zee bestaat hier niet', zegt Robert. We hebben ontzettend veel geluk met het weer. Antoaneta 21 februari 2007, aan boord van de ‘M/V Ushuaia’ op de Beagle Channel Doe ik een plakker achter mijn oor of neem ik pillen? Of allebei? Dat was de kernvraag van de dag. Ben ik moe van de bijwerking of is het de kater na een avond Ierse pub? (Gister is Lynne in 20 talen toegezongen voor haar verjaardag.) Het filmpje dat ons vandaag werd getoond maakte er een overlevingskwestie van. Ik zag de boeg van een schip en daaromheen op het ene moment blauwe, ijskoude golven tot boven in het beeld, dan weer niets dan lucht. Het schip dat was ons schip. Toen ik het groot en sterk aan de kade zag liggen en daarmee de golven omvang kon geven, moest ik even slikken. Ik ben geen zeehond, gebouwd om te overleven in koud water. Antoaneta ook niet. Maar eerlijk, langzaamaan krijg ik er zin in: SixFlags in extremis! En we weten ons in goede handen: ervaren zeelui, prachtig schip en ik heb mijn 'zak-voor-het-grijpen' (grabbag) met alles wat nodig is om het een tijdje op een reddingsboot uit te kunnen houden, klaargemaakt. Het is nu 22.00 uur, nog twee uur tot open zee. Nog twee om doelen te stellen voor de rest van de reis, want daarna volgt de oversteek van de Straat van Drake: waarschijnlijk twee dagen ziek in mijn kooi, terwijl het water tegen de patrijspoort naast mijn kussen beukt. Samen met zes anderen vormen Antoaneta en ik het team voor 'milieu en klimaatverandering'. Hoe we dat invullen? Dat is aan ons. Maar het is nu het moment gebruik te maken van de diversiteit en kwaliteit van de expertise in het team. Hier zijn mensen die grote bedrijven vertegenwoordigen en zich er verantwoordelijk voor voelen om met hun onderneming goed te doen voor mens en natuur, maar niet weten hoe. Er zijn ook mensen daar heel diep inzitten, maar geen bedrijf vertegenwoordigen. Kunnen wij, de laatsten, voor de eersten een landkaart tekenen in de komende elf dagen? Mark 20 februari 2007, Ushuaia, Argenitinie Zonder kaart reizen is voor sommigen een avontuur, voor anderen een zeer ongemakkelijk aanvoelende uitdaging. Vandaag zijn onze leiderschapskwaliteiten aan de werkelijkheid getoetst. Tien mensen gaan met twee gidsen, zonder kompas en zonder kaart de wildernis van Vuurland Nationaal Park in. Op weg naar het 'Groene' Meer. Als het, na een paar fantastische ervaringen, plotseling hard begint te regenen en je tot je knieën in de blubber staat, neem je dan als gids de leiding en ga je verder? Zal je team je vertrouwen of keren ze om? Halverwege blijkt dat niet iedereen op een lijn zit. Sommigen willen iets presteren, anderen willen genieten. Dit soort dilemma's kom je dagelijks tegen, maar hier, in de regen en op onbekend terrein, wordt het plotseling reëel en onontkoombaar. Goede antwoorden zijn er niet, maar we hebben wel een paar zaken geleerd vandaag: dat je iets moet Bereiken, voor elkaar moet Zorgen, dat je moet Genieten en elkaar moet Complimenteren. Tot nu toe is dit veruit de interessantste dag geweest. En het avontuur moet nog beginnen. Gisteren hebben we de groep iets verteld over klimaatverandering. Ze hebben daarover kunnen nadenken. Vanmorgen bij het ontbijt vroeg iemand: 'Antoaneta, geloven Mark en jij echt in dat verhaal over klimaatverandering?' 'Ja zeker', zei ik, 'wat vind jij ervan?' 'Ik geloof er niets van. Als land zijn wij bij lange na niet de grootste vervuilers. Bovendien hebben wij de verantwoordelijkheid om de rest van de wereld van fossiele brandstoffen te voorzien.'Later, toen we de moed erin probeerden te houden en het meer probeerden te bereiken, kwam iemand anders naar me toe: 'Antoaneta, denk je dat jij en Mark dezelfde presentatie voor ons bedrijf kunnen houden? Ik moet mijn baas overtuigen, maar ik wil iedereen erbij betrekken: management, receptie, stafmedewerkers, ze moeten er allemaal van weten.' Antoaneta 19 februari 2007, Ushuaia, Argentinie Het was enigszins schokkend om te constateren dat de oproep tot actie tegen klimaatverandering die Robert Swan op de Britse school-TV deed van zeventien(!) jaar geleden dateert: ‘An Inconvenient Truth’ avant la lettre. De oproep heeft sindsdien niets aan relevantie verloren. IMSA had de eer dat te laten zien in een voordracht. Ik heb de indruk dat de teamleden deze combinatie als sterke rechtvaardiging voor actie hebben opgevat. Maar wat gaan we doen? Ik zie ernaar uit om met de diverse experts die in de groep aanwezig zijn samen te werken aan handelingsopties voor de grote groep deelnemers die graag actie willen ondernemen. In elk geval begint de actie al in deze twee weken. We werken toe naar de opening van de E-base. Ik was verrast hoe handig schoolmeester Richard Dunne mij, en de hele zaal, terugbracht in het klaslokaal van de basisschool. Hij deed de leerfilosofie van dit eerste Antarctisch educatiestation uit de doeken en zette ons ijverig als vroeger aan het tekenen om bijdragen uit ons te krijgen. Het station is in goede handen. We zijn hier pas twee dagen, nog geen ijsberg of pinguïn gezien, maar het 2041-team weet de ervaringen diep te laten doordringen. Vanmorgen, tijdens de schitterde klim naar de voet van de gletsjer die over Ushuaia uitkijkt, konden we zien hoe voor het eerst de prachtig witte toppen van Vuurland onder de wolken vandaan kwamen. Alsof langzaam de stolp over het voorafje verwijderd werd. Kom maar door met dat hoofdgerecht! Mark 17 februari 2007 - 17 & 18 februari 2007, Buenos Aires, Ushuaia, Argentinië Een tropische cocktail in een winddicht fleecejack bij 28°C in Buenos Aires en een door een dronken Japanner opgezweepte tangoshow. De 'laatste grote wildernis' en onze missie lijken heel ver weg. Op de weg naar het vliegveld voor ons vertrek naar Ushuaia worden we eraan herinnerd om 's te kijken naar wat er onder die mooie glanzende oppervlakte van Buenos Aires leeft. Op een acht rijbanen brede boulevard wijst de taxichauffeur naar links en zeg: 'mucho money', doelend op de rijke Recoleta-buurt waar Maxima's ouders wonen. 'Poco money' - dat is een buurt met kleine, zelfgebouwde en meestal nog onvoltooide huizen langs ongeplaveide straten die in modderpoelen zijn veranderd door de hevige regenbuien van gisteren. Eenmaal in Ushuaia kunnen we er niet meer omheen dat we naar de Zuidpool gaan. In plaats van op een klein godverlaten stadje worden we getrakteerd op een adembenemend uitzicht op scherpe besneeuwde bergtoppen, een wind die ons recht de taxi in blaast, een taxichauffeur die vloeiend Engels spreekt en honderden toeristen. Gaan die ook allemaal naar Antarctica? We vragen onszelf af of onze reis wel zo bijzonder is. Als je, als Nederlanders, in een groep zit van 62 mensen uit Rusland, China, het Verenigd Koninkrijk, Australië, de VS en Zuid-Afrika en je hoort hoe creatief zij allemaal zijn en wat ze in drie minuten kunnen vertellen over zichzelf en hun verwachtingen, dan weet je dat dit GEEN gewone reis is. Gelukkig wil bijna iedereen graag van ons leren wat ze aan de klimaatverandering kunnen doen. Het uitzicht vanuit onze kamer op de haven van Ushuaia en de angst die bij iedereen leeft bij het idee om de ruwste zee ter wereld, de Straat van Drake, over te steken, laten het pas echt tot ons doordringen: ja, we zijn echt aan de andere kant van de aarde en ja, dit is echt een buitengewone reis! Antoaneta

Saturday, February 10, 2007

Antarctica approaching

I've already told you: I'm going to Antarctica! D(eparture)-day is coming closer quickly (3 days to go!). These days I've been working hard on the presentations me and my colleague will give, poviding the expedition members with background information on local ecology, climate change and what you can do about it as a company as well as on personal level. In the making, the amount and quality of information and pictures that can be found on the internet really amazed me. Nevertheless, looking for the 'best available' is burning hours like crazy. Things are converging: We received the gear to keep us warm and dry in the 'most hostile environment on earth'. Also the information about the program has arrived. I made little piles of everything to take with me, dug up a bag and discovered the latter was less voluminous than the little piles combined. No worries, two days left to sort it out. The required medical data are almost complete. On the website of the expedition, all bios of participants have been published. It's great fun to read about those I've never met before, but will spend intense time with shortly. You can have a look here. I'm glad Merijn has come home yesterday from one week of skiiing in the Alps. It's nice to share excitement about preparations with her. Unfortunately, she can't come with us. Well, maybe one time, there will be an opportunity to guide her there. During the expedition, please read about albatrosses, ice bergs and sea sickness (I've never really sailed a sea before...oh my god) on our special online log: http://www.imsa.nl/linktopage81.html

Tuesday, January 30, 2007

Plein

Wie kan mij het uitleggen? Met boodschappen liep ik van de winkel naar huis. Ik koos voor de route over het Spuiplein, een plein waarvan ik vind dat het allure heeft, van een afstandje. Ruim, mooie zwarte tegels, moderne architectuur eromheen en een aantal vlaggen van internationale allianties die de importantie van Den Haag te benadrukken. Van dichtbij, in het donker is het minder. De tegels zijn kapot, zwerfafval verzamelt zich in de hoeken, op de trappen hangen dronkenlappen. Ik stak schuin over, een man liet z'n hondje uit. Een klaterend geluid. De fontein? Nee. Ik kijk nog 's. Nee! Staat niet het hondje, maar zijn baasje ongegeneerd af te wateren op de vlakke tegels, en niet eens discreet in een hoekje. Zie ik het goed? Hij lijkt een doodnormale man, niet dronken of zwakbegaafd. Waarom doet hij dat zo? Overdag spelen daar kinderen. Bovendien moet het wel tegen z'n broekspijpen spetteren. Zelfs zijn hondje toont meer gene. Ik kijk, boosheid welt op, maar ik zeg niets. Een kleinigheidje. Waar maar ik me druk om? Maar wat zegt dat? Juist dat kleine eraan maakt het hopeloos. Waarom zeg ik niets? Wat zegt dat?

Top 100

Top 100. Een vriend van mij, een andere Mark, had het gezien, dat ik de top 100 van beste seizoenstijden van Nederlanders op de marathon in 2006 heb gehaald met mijn tijd in Amsterdam. Leuk nieuws! Daar krijg ik nou zin van om m'n loopschoenen aan te doen en de Haagse nacht in te rennen. Ik moet eerlijk bekennen dat het hardlopen in 2007 te wensen overlaat. Ik zou wensen vaker te gaan, maar als ik 's avonds thuiskom uit Amsterdam delven de Saucony's snel het onderspit tegen maag, bank en krant. Gedreven door compensatiedrang kom ik in het weekend nog wel tot rondes van anderhalf uur (afgelopen zaterdag 1:45), maar het is minimaal om niveau te houden. Er zijn wel plannen. In juni 2007 staat de Schuttevaerrace op het programma, een estafettewedstrijd op en om de Waddenzee met zeil-, loop- en fietsetappes. Ik neem het lopen voor mijn rekening. Een voorjaarsmarathon als voorbereiding? Wordt krap, want van 14 februari t/m 5 maart ben ik op expeditie, met Robert Swan naar Antarctica. Daarover later wellicht meer, maar kijk alvast hier: http://www.iae5.com ...wat heb ik toch een rotleven ;)