Wednesday, January 09, 2008

Pezen door Den Haag

Weet je nog, die geblesseerde achillespees? Na dik twee weken dagelijks trouw oefeningetjes te hebben gedaan, met een rugzak gevuld met waterflessen en een zak tuinaarde, heb ik dat juk van me afgeworpen. Ik kan weer lopen! Gisteravond ging het weer 's proberen. Ik wist niet wat er gebeurde. Zodra ik de stopwatch had ingedrukt gingen m'n benen er met me vandoor. Als een losgeslagen stier brieste ik langs de symbolen van ons staatsbestel. Langs Huis ten Bosch, over de Laan van NOI, Madurodam werd nog kleiner toen ik passeerde, in het Vredespaleis vroeg men zich af voor welke oorlog ik op de vlucht was, op het Binnenhof vroeg men een spoeddebat aan. Kan ik het nog? Waar sta ik? Wat is het effect van die paar fietstochtjes? Van m'n krachtoefeningetjes? Ik wilde het allemaal weten, meteen. Na 12 minuutjes een steek. Nee toch! Achillespees? Of toch kuit? Geen antwoord, het verdween! Ik mocht door, door, door het donker. Na drie kwartier was ik terug onder de vlaggen tegenover m'n woning ter ere van scheidend burgemeester Deetman. "Wim, bedankt!", stond erop, maar ik las 'finish'. Ook bij het uitlopen over de tijdelijk - wegens werkzaamheden - autovrije en overharde Veerkaden hield de pees zich stil. Wat een luxe trouwens, die afgezette straat! Normaliter denderen dag en nacht de vrachtwagens voorbij over de krappe baantjes en is het de vuilste straat van Nederland. Nu is het heerlijk rustig, maakt de straat een ruime indruk en vallen opeens de mooie gevels van oude ex-grachtenpanden op. Wat mij betreft gooien we de Veerkaden permanent dicht voor autoverkeer. Met wat groen in het midden, wat restaurantjes en terrasjes wordt het een prachtig voetgangersgebied. 's Zomers een witbiertje in de zon, 's avonds kunt dineren voor je bezoek aan spuitheater, danstheater, filmhuis, concertzaal of raamprostituee om de hoek. Maar helaas, men werkt dag én nacht voor onze deur om de afsluiting maar zo kort mogelijk te laten duren. Binnenkort staan de kaden weer vol verkeer en kan je op de site van het RIVM weer zien hoe ver de meters op de snuffelpalen in de straat de normen voor luchtkwaliteit overschrijden.

Monday, January 07, 2008

De groei voorbij

Net 'De groei voorbij' van Jaap van Duijn gelezen. Interessant, met name door de vele sprekende statistieken en het historisch perspectief. Het gaat erover dat Nederland niet veel economische groei meer kan verwachten. We bevinden ons eigenlijk in een zelfde soort situatie als aan het einde van de Gouden Eeuw, een verzadigde toestand waarin de economische structuur verandert. Er is geen behoefte aan 'meer', maar het streven richt zich op 'behoud'. Dat uit zich in risico-aversie, regeldruk, focus op korte termijn, meer voorkeur voor vrije tijd, en nog een aantal kenmerken. We zijn nog nooit zo snel zo rijk geworden als in de tweede helft van de 20e eeuw, maar veel gelukkigers zijn we niet geworden en we hebben er wel een prijs voor moeten betalen: achteruitgang van milieu, rust en ruimte. We zouden een nieuwe ambitie moeten vinden in het terugwinnen van het verlorene, zegt van Duijn, welvaartstoename door herstel van milieu, minder geluidsoverlast en meer ruimte. Klinkt mooi. Maar het streven naar rijkdom is iets wat je individueel na kan jagen: harder werken, meer geld, meer spullen. Milieu, rust en ruimte vergroten is een lastiger individueel doel. Ja, het kan wel; als je rust en ruimte wil zorg je eerst dat je snel rijk wordt, pakt je boedel en gaat in een mooi huis in een ander land lekker van je rust in het natuurschoon genieten. Ik denk niet dat Van Duijn het zo bedoeld heeft. Het zou een collectieve inspanning moeten zijn, maar waar in het groeistreven de lusten particulier en de lasten gesocialiseerd zijn, is dat in het streven naar herstel van de leefbaarheid andersom. Behoud van welvaart vraagt een flinke inspanning, maar is een nogal defensieve drijfveer. Voeg daar herstel van de leefbaarheid als ambitie aan toe, dan heb je een defensieve missie met een hoop extra randvoorwaarden. Wie definieert een positief, uitdagend perspectief dat mensen ook individueel hun gretigheid ontlokt? Is cradle-to-cradle een goeie?

Saturday, January 05, 2008

verstrikt in netwerken

'Jan invites you to join his network on Plaxo'. Dat is aardig van Jan, maar wat in 's hemelsnaam is plaxo nu weer? Heb m'n linked-in password zojuist ergens weten terug te vinden, m'n profiel op facebook ingetypt met weer dezelfde 'work experience'en 'education' informatie en nu druk bezig m'n hyves te 'customizen'. Leek me wel voldoende, drie netwerken, heb er een dagtaak aan up-to-date te blijven met alle blogs, krabbels en gadgets. Maar is de wereld er nu achter dat linked-in toch niet je-dat is en vindt er een virtuele volksverhuizing plaats naar het nieuwe beloofde land dat plaxo heet? Dan mag ik de boot niet missen, anders ben ik straks de laatste in een versteende wereld van dode profielen. Het gaat geruisloos, je hebt het niet door. Maar welk password zal ik nu weer verzinnen en hoe ga ik dat onthouden? Hyves vind ik overigens fantastisch. Opeens kan ik volgen hoe het gaat met vrienden en kennisen die ik allang uit het oog verloren was! Sommigen gunnen je zelfs een flink diepe kijk in hun privébestaan en etaleren de gênanste dingen, geweldig, kan zo in de tabloids. Ook linked-in is ideaal. Gedoe met verschillende verouderde bestanden om alle adressen en nieuwe banen van oud-collegae en bekenden bij te houden is niet meer nodig. 't Is alleen nog even wachten op de winnaar. Welk netwerk zal zegevieren? 't Zullen er waarschijnlijk enkele zijn voor verschillende doelgroepen. Of zou het overwaaien en kan ik ook zonder? Denk het niet, want het brengt echt iets nieuws in communicatie. Maar wie fabriekt er even een frontje dat alle netwerken integreert? zoiets als een RSS-reader, maar dan voor facebook, schoolbank, plaxo enz.. Eén inlognaam, eén wachtwoord. Ik loop vast achter, want zoiets bestaat zeker allang?

Wednesday, January 02, 2008

De klimaathype voorbij

Wouter van Dieren, de directeur van IMSA (waar ik werk), stond aan de wieg van de milieubeweging in Nederland, meer dan 35 jaar geleden. In Trouw verscheen zaterdag 29 december een artikel van zijn hand, een positieve kijk op de uitkomst van de VN-klimaattop in Bali: "De laatste klimaattop betekent een wending ten goede voor de toekomst van de aarde." Lees het hier.

Altijd verder

Wat doe je als je geblesseerd bent en niet kunt lopen? Behalve
oefeningen van de fysiotherapeut en fietsen kun je lopen met het deel van het lijf dat nog wel functioneert, het hoofd. Lezen over lopen, bijvoorbeeld. Er is niet zo heel veel te lezen over lopen. Wat kun je er ook over schrijven? Er zijn behoorlijk wat boeken over trainingsmethodes, voeding enzovoort, maar dat ken ik nu wel een beetje. Dan is er het tijdschrift Runner's World, dat de loop- en fitheidshype aardig weet uit te buiten. Elke maand prijkt er weer een
jogger met een tandpastasmile op de cover, gehuld in de nieuwste mode, maar duidelijk geen 'atleet' en vast gecast door een reclamegriet die zichzelf in vorm houdt bij een chique fitnesscentrum
(of heet het wellness experience tegenwoordig?). Veel leuker is het literair hardlooprijdschrift '42', onder redactie van Kees Kooman. Het is een verhalenbundel met stukken van bekende lopende schrijvers
en schrijvende lopers dat twee keer per jaar verschijnt. Het risico van breedsprakige 'lopen als metafoor voor het leven en oplossing van alles'-conclusies hangt erboven, maar verreweg de meeste verhalen zijn boeiend. Er blijken heel wat prachtige anekdotes rond
sportprestatie en vergeten atleten. '42' weet de mythe die het wielrennen nog mooier maakt ook een beetje naar het hardlopen te
brengen. Oud-politici Pieter Winsemius en Paul Rosenmöller vertaalden hun hardlooppassie in een dun boekje; Abdelkader Benali schreef een mooi literair werkje over zijn hardloopleven verweven in een emotionele tocht van 42 km door Amsterdam; maar wat vond ik onder de kerstboom: het nieuwe boek van Dolf Jansen, 'Altijd verder'. Hierin schrijft hij over zijn leven als loper, wat lopen doet met zijn leven. Heb het gretig verslonden, want ik wilde wel eens weten hoe hij met lopen bezig is. Hij heeft het vast druk met zijn artiestenbestaan, hoe flikt ie het dan toch zijn kilometers te maken? Hoe past dat geloop bij een artiest, waar de kunsten toch eerder met sex en drugs en wilde nachten in verband worden gebracht?
Dolf Jansen identificeert zich met hardlopen. Hij is hardlopen. Kan niet zonder, gaat 'altijd verder'. Voor de buitenwereld is Dolf Jansen toch vooral cabaretier en programmamaker en minder bekend als loper. Lopen is hobby, bijzaak, maar voor hem zelf lijkt het omgekeerd. Hij is in de eerste plaats de atleet, die droomt (droomde) van Olympische Spelen en altijd bezig met zijn lijf, de training, herstel, voeding. 't Is dat hij net niet voldoende getalenteerd om er zijn brood mee te verdienen. In het boek deelt Jansen een bijna kinderlijke blijdschap die de sport hem geeft, en die is sterk genoeg om meewarig misprijzen naast zich neer te leggen. Hij put daar zelfs kracht uit. Ik vind dat inspirerend.
Ik denk dat ik inmiddels wel overtuigd ben van het plezier in het lopen en de zegeningen die het met zich meebrengt voor lijf (afgezien van die achilles nu dan even) en geest, maar nu moet het nog ankeren in alledag. Kan ik een dagelijks duurloopje organiseren naast m'n werk en de twee uren in de trein tussen Den Haag en Amsterdam? Hoe doe ik dat met m'n spulletjes in een pand zonder douche of kleedhok? (Bewijs je je bedrijf een dienst als je met een rood gezicht, doorweekt t-shirt en bleke, harige benen nog nahijgend van je 14km lunchloopje op de trap in het pand de CEO van een belangrijke klant passeert?) En krijg ik op termijn misschien spijt als ik zoveel geen aandacht heb kunnen geven, omdat ik al die uren door de duinen draafde? En zo verder. Wellicht gaan we 't zien in 2008. Waar ik vorig jaar door Midas Dekkers ('Lichamelijk Oefening', zie post 28 oktober 2006) een stuk terug was gezet, heeft Dolf me weer een flink vooruit geduwd.

Sunday, December 30, 2007

Van de hardrenner of wielloper

Ik deed de schuurdeur open en daar hing hij. Licht in kleur, licht in gewicht. Toen ik hem van de haak tilde voelde het als vanouds. De vorm is lang vergaan, maar de herinnering vervliegt veel en veel trager. De kleinste prikkel - je vinger langs het lint, een goed aangesneden bochtje - is genoeg om de stof van de beelden te blazen. De fiets, deze week heb ik de fiets, mijn fiets, weer ontdekt. Uit nood geboren, volledig buiten het seizoen, maar dat maakt hem niets uit, de trouwe machiene. Na jaren als eenzame hardloper de kilometers onder de zolen door te hebben laten rollen, in voorbereiding op een halve marathon hier, of een hele daar, vond ik het tijd om nog een extra stap te zetten. In oktober bracht ik in Eindhoven mijn beste tijd op de marathon naar 2:39:18, als recreant tussen de wedstrijdatleten. Dik tevreden natuurlijk! Maar er zit meer in. Ik wil naar sub-2:30 - en het liefst gelijk ook maar naar Londen in 2012 - maar de rek aan wat ik alleen kan doen lijkt er een beetje uit. Sinds een maand ben ik daarom toegetreden tot het atleten gilde, met een echte KNAU-westrijdlicentie. Als jongetje van 8 - het was de tijd van superatleet Carl Lewis - wilde ik al op atletiek. Beetje verspringen en zo, leek me geweldig, maar 't is er nooit van gekomen. Tot een week of 7 geleden dus. Begin november meldde ik me daarom bij de midden- en lange-afstandsgroep van Leiden Atletiek, die wordt getraind door Bram Wassenaar. Bram is coach van Kamiel Maase, dus waar kan je met je ambities op de marathon beter terecht? In de eerste trainingen deed ik gelijk lekker mee met de jongens. Duurloopje, loopscholing met coordinatie- en krachtoefeningetjes en een programma met tempo-intervallen op de atletiekbaan. Lekker, leuk ook. Maar na nog geen vier weken was het raak. Pijntje in de achilles na een baantraining op woensdagavond. 't Zal wel weggaan, dacht ik, weekje doorgetraind, maar beter werd het niet. En nu staan mijn mooie loopschoenen me al twee weken in de gang aan te kijken als een hond die te lang niet is uitgelaten, afgesneden van het maatschappijtje voor ik de kans heb gekregen te integreren (de beste manier daarvoor is gewoon een topklassering in een aansprekende wedstrijd), en doe ik dagelijks de oefeningetje die de fysiotherapeut me heeft opgedragen. En fietsen dus, sinds een halve week. Elke looploze dag heeft de spanning zich verder opgebouwd, zich manifesterend in lamlendig liggend alle jaaroverzichten langs te zappen. Maar sinds ik de bandjes heb opgepompt is de druk weer van het ventiel. Ik kom op plaatsen waar ik lang niet meer ben geweest, en zie wat er allemaal afgebroken en bijgebouwd is. De inspanning en de wind doen het slijm in mijn verkouden keel lekker loskomen. Als de aanvoer mijn neusholten weer gevuld hebben draai ik mijn gezicht van de wind af, haal diep adem, en blaas krachtig door mijn neus om de dode bacteriebrei aan de luchtstroom mee te geven. (Ik heb eerst even omgekeken natuurlijk. Hoe vaak heb ik niet zelf vergast op een sproeinevel van een fietscollega.) Op de fiets kan dit veel beter dan onder het lopen. Een opluchting als na een lange zoektocht het toilet gevonden te hebben is het resultaat. Meestal druk ik voor het uitblazen een neusgat met mijn vinger dicht, om een grotere stuwkracht te ontwikkelen en er zeker van te zijn dat de groene klodder niet op mijn schouder of rug landt. Maar als ik nog even door blijf fietsen zal mijn longkracht voldoende zijn om in een keer beide neusholtes tegelijk te ledigen in de berm, zonder mijn handen van het stuur te moeten halen. (Zouden er eigenlijk geen wedstrijden in bestaan?) Voorlopig fiets ik, nog twee dagen, want dan is het kerst- en nieuwjaarsreces voorbij en wacht weer het forenzenritme. En wellicht heeft de achillespees zich weer herpakt, zelfs sterker geworden, en maken de rubber bandjes weer plaats voor de rubberen zolen, de zadelpijn (dat wel) voor de schurende dijen en het zeemleer voor een onderbroek, en kan ik weer lopen, weer atleet zijn, of worden in Schoorl of Rotterdam. Maar dan een atleet met meer power in de pootjes en lucht in de longen, dankzij de zeewind en de fiets.

Tuesday, May 08, 2007

Erasmuslezing: “Lof der Duurzaamheid”

Gistermiddag bezocht ik de Erasmuslezing, jaarlijks georganiseerd door de Nederlandse afdeling van de Club van Rome (www.clubofrome.nl). Mijn baas Wouter van Dieren had de eer in 1993 al eens; dit jaar spreekt de kersverse minister van Milieu, Jacqueline Cramer. De titel: Lof der Duurzaamheid. Traditioneel vindt de lezing plaats in het gebouw van de Raad van State in Den Haag, het Witte Paleis. De balzaal van het Paleis aan de Kneuterdijk zit vol met mensen uit de duurzaamheidskring. Enkele studenten, maar veel grijs, daarmee is het gezelschap zijn tijd enigszins vooruit als afspiegeling van de samenleving. Duurzaamheidskring, ik moet denken aan de lezing van Marjolijn Februari die ik zondag bijwoonde waarin zij haar boek 'De literaire kring' besprak. Haar kritiek: maatschappijkritische literatuur wordt instemmend besproken in literaire kringen bij een kopje koffie, maar daar blijft het dan bij. Een roman over de gruweldaden van Franco? Prachtig, en ja, heel erg wat er gebeurd is, iemand een koekje erbij? Kan de duurzaamheidskring zich dit ook aantrekken? Deels wel, denk ik, maar misschien zijn er velen in dit gezelschap die al veel hebben betekend, want de meesten ken ik niet. Ik hoor de galm van het Britse upperclass accent van de wanhopige Robert Swan boven de ruimte: "Dó something!" Ik schrik 's nachts wel eens wakker uit een droom waarin ik me in een lege ruimte bevind, terwijl van buiten de oorverdovende kakofonie van uitvinders, politici, ondernemers, NGO's en consumenten door de muren dringt. Want hóe? Wat moet ík doen als professional? De tijd voor de minister haar lezing begint gebruikt de heer Evert H. du Marchie van Voorthuysen, mister concentrated solar power (CPS), om iedereen weer persoonlijk zijn verontwaardiging over het gebrek aan aandacht voor deze technologie – deze keer n.a.v. het laatste IPCC rapport - over te brengen. De mensen weten het nu wel. Men neemt het stenciltje van zijn stichting zuchtend in ontvangst in de hoop dat hij zijn bekende verhaal spaart voor de buurman. De volhoudendheid van ‘de markies’ is bewonderenswaardig, maar schiet hij zijn doel voorbij? Dan komt de minister, duurzaamheidskoninging in dit gebouw in de stijl van de zonnekoning Lodewijk XIV. Haar haar doet denken aan prachtige vlammen van een zilveren zon. Duurzaamheid is een complexe zaak. De minister begint met het voorlezen van de lange versie van de Brundtland-definitie van duurzame ontwikkeling, die geen mens kan onthouden. Daarmee maakt ze duidelijk dat het niet alleen om milieu gaat, maar om ‘verandering’ waarbij exploitatie van hulpbronnen, allocatie van investeringen, de richting van technologische ontwikkeling en verandering van instituties in harmonie zijn en het huidige en toekomstige vermogen verbeteren om in menselijke behoeften en aspiraties te voorzien. People, planet en profit, allemaal in harmonie, dat is het streven van het kabinet. In deze lezing richt Cramer zich op ‘planet’, want dat is haar beleidsterrein. In een klein uur leidt minister Cramer de zaal met veel bevlogenheid door de speerpunten van haar beleid voor de komende vier jaar. Ze bedient zelf de computer als ze naar de volgende sheet wil. Het doet wat onministerieel aan, ik denk door het beeld van Wim Kok dat ik nog steeds in mijn hoofd bewaar die zich geen raad wist met de muis van een computer. De minister spreekt over vermindering van uitstoot van CO2, duurzaam inkopen door de overheid, de gesloten kringloopeconomie volgens het cradle-to-cradle principe van Braungart en McDonough, over inspanningen voor internationale klimaat- en biodiversiteitsverdragen en hoe duurzaamheid in alle 6 pijlers van het coalitieakkoord leidend is. Niet veel nieuws, maar de bevlogenheid waarmee de minister spreekt is aanstekelijk. Deze minister heeft hart voor de zaak. Ze heeft een lange achtergrond als voorvechtster van het milieu. Ik hoop dat zij zich kranig weert op het politieke speelveld. In elk geval heeft ze de wind mee nu Al Gore en het IPCC het klimaat prominent op de kaart hebben gezet. Na afloop van haar verhaal beantwoordt ze de vragen uit de zaal bekwaam, ook die van ‘de markies’ waarom CSP geen volwaardige plek krijgt in het energietransitieprogramma. Voor Nederland, zegt ze, is het geen toepassing, maar wel voor landen in Noord-Afrika. De minister verwijst naar haar collega Bert Koenders van ontwikkelingssamenwerking, die gaat daarover. Maar grootschalig? Jan Paul van Soest vroeg zich in een column in Stromen in april 2006 (terug te lezen op zijn website: http://www.jpvs.nl/nederlands/site.htm) al af of er wel genoeg afnemers zijn in de woestijn, en tranporteren naar Europa levert een hoop verlies en zorgt voor een flinke stijging van de kostprijs. Voor Nederland is het alleen potentieel interessant als exporttechnologie, als heeft Nederland geen vooraanstaande positie op dit gebied. Dat is ook de conclusie van het advies van de AER van maart 2006. Een 'burger uit Amsterdam' vraagt zich af wat hij zélf kan doen aan zijn milieubelasting. Hij en zijn vrienden willen wel, maar weten helemaal niet hoe. Ja, je moet inderdaad zelf op zoek naar de informatie, maar die is zeker te vinden. De minister verwijst naar de HIER-campagne van de NGO's (www.hier.nu), maar er is ook MilieuCentraal heeft heel veel praktische tips op www.milieucentraal.nl. Voor ze zich naar Brussel spoedt om haar Europese lobby te beginnen opent minister Cramer met een druk op de knop het nieuwe discussieforum van de jongerendenktank (TT30) van de Club of Rome, waarop zij de discussie aangaat met jongeren over duurzame ontwikkeling. Het forum biedt een onafhankelijk platform voor discussie over de duurzaamheidproblematiek. Zie: www.clubofrome.nl > discussieforum.